Zo win je bij Vier op een rij
Strategie · · 4 min lezen
Vier op een rij leer je in een minuut: laat een schijf in een van de zeven kolommen vallen, en wie als eerste vier op een rij heeft, horizontaal, verticaal of schuin, wint. De meeste potjes tussen beginners worden beslist door één gemiste dreiging. Tussen sterkere spelers valt de beslissing veel eerder: door waar de schijven in de eerste zetten belandden en op welke rijen de dreigingen terechtkwamen.
Deze gids gaat van de gewoontes die je voor verlies behoeden tot het idee dat lange eindspelen wint. Alles kun je meteen tegen een bot uitproberen.
Begin in de middelste kolom
Niet elk vak is evenveel waard. Het bord telt 69 mogelijke rijen van vier, en een vak is meer waard naarmate het bij meer van die rijen hoort. Het onderste vak van de middelste kolom hoort bij 7 rijen; een onderste hoek bij maar 3. Hoger wordt het verschil groter: de twee middelste vakken van de middelste kolom horen elk bij 13 rijen, meer dan welk ander vak ook.
Dus gaat de eerste schijf in het midden, en blijven de volgende in de buurt. Een schijf aan de rand kan alleen het einde van een rij zijn. Een schijf in het midden kan het begin, het einde of het midden van een rij zijn, in elke richting.
Eerst winnen, dan blokkeren
Stel jezelf voor elke zet twee vragen, in deze volgorde. Kan ik nu vier maken? Kan mijn tegenstander bij zijn volgende zet vier maken? Is het eerste antwoord ja, speel dat dan, ook als je tegenstander ook een dreiging heeft. Is alleen het tweede ja, blokkeer dan, want de rest doet er niet toe.
Het klinkt vanzelfsprekend, en toch gaan zo de meeste potjes tegen beginners verloren: drie op een rij met een open vierde vak staat in het zicht, terwijl de speler ergens anders iets bouwt.
Kijk naar het vak erboven
Zwaartekracht verandert wat een zet doet. Elke schijf die je laat vallen, maakt het vak erboven speelbaar. Heeft je tegenstander drie op een lijn en ligt het vierde vak precies daar, dan heeft jouw schijf hem net de winst gegeven.
Kijk dus voor je speelt niet alleen naar het vak dat je vult, maar ook naar het vak dat je opent. Dezelfde truc werkt ook voor jou: een dreiging waarvan het vak nog niet speelbaar is, kan wachten, en de kolom eronder wordt een kolom die je tegenstander niet durft aan te raken.
Bouw twee dreigingen tegelijk
Eén dreiging kun je blokkeren. Twee niet, want je tegenstander laat per beurt maar één schijf vallen. De meeste overwinningen komen uit zo’n dubbele dreiging, en die heeft een paar bekende vormen:
- Open drie op de onderste rij: drie schijven naast elkaar met beide buurvakken leeg. Je tegenstander blokkeert de ene kant, jij speelt de andere.
- Twee dreigingen boven elkaar: twee van je rijen hebben vakken nodig die in dezelfde kolom recht boven elkaar liggen. Wordt het onderste speelbaar, dan moet je tegenstander het blokkeren, en daarmee opent hij het bovenste voor jou.
- Drie horizontaal en drie schuin zonder gemeenschappelijk vak: één schijf kan elk van beide afmaken, dus je tegenstander kan er maar één stoppen.
Even en oneven rijen: het geheim van het eindspel
Tel de rijen van onderen, 1 tot 6. In lange partijen raakt het bord vol, blijven dreigingen hangen omdat de vakken eronder leeg zijn, en moeten de spelers die kolommen aan het eind opvullen. Zijn alle andere kolommen vol, dan vallen de schijven om de beurt van onder naar boven in wat er over is, en de volgorde komt zo uit dat de eerste speler de oneven rijen vult en de tweede de even rijen.
Daarom wil, zoals Victor Allis in zijn analyse van het spel liet zien, de eerste speler een dreiging op een oneven rij, terwijl de tweede genoeg heeft aan een dreiging op een even rij. Een dreiging op de verkeerde rij wordt meestal geblokkeerd als de kolom volloopt; een dreiging op de goede rij wacht op haar eigenaar. Het is een vereenvoudiging van de regels van Allis, maar het is het idee achter de meeste overwinningen die de bot op Moeilijk laat in een partij vindt.
Waarom de eerste speler wint, en hoe je oefent
Vier op een rij is opgelost. In 1988 toonden James D. Allen en Victor Allis, los van elkaar, aan dat op het standaardbord van 7×6 de eerste speler met perfect spel wint door in de middelste kolom te beginnen. Begint hij in een van de twee kolommen ernaast, dan kan de tweede gelijkspel afdwingen; begint hij verder naar buiten, dan wint de tweede. Aan het bord speelt niemand perfect, dus echte partijen blijven open, maar het bevestigt de eerste les: eerst het midden.
Om te oefenen speel je Vier op een rij zonder account tegen de bot. Makkelijk laat zien wat er gebeurt als dreigingen open blijven, Gemiddeld blokkeert elke vier en Moeilijk kijkt zo’n tien zetten vooruit. De Tip-knop zegt wat voor zet hij voorstelt, en na een verlies laat het spel het beslissende moment zien. Ben je klaar voor echte tegenstanders, dan telt Vier op een rij online mee voor je rating, en wie begint wordt geloot.
Speel Vier op een rij gratis — tegen de bot of met een vriend